Aan het eind van de achttiende eeuw vestigde de familie Viberti zich in Santa Maria di La Morra. Giulio, een van de broers, begon daar zijn werk als wijnbouwer en wijnmaker. Rond 1850 werd de familie eigenaar van de boerderij genaamd ‘Santamaria’ die bestond uit de omliggende gronden en wijngaarden. Silvio en Mario Viberti leefden in een tijd waarin wijnbouw een bijna heroïsche bezigheid was: er werd gewerkt met ossen en paarden, onkruid werd met de hand verwijderd en de druiven werden nog met de voeten geperst. Zij maakten de opkomst van meeldauw mee, evenals de vernietigende druifluisepidemie (phylloxera), die vrijwel alle Europese wijngaarden verwoestte.
In de jaren dertig van de twintigste eeuw verschenen de eerste “aangeklede” flessen Barolo – voorzien van een etiket zoals we deze nu kennen. Vervolgens nam in de jaren zestig Aldo Viberti het roer over, wiens Barolo’s rijpten in grote Slavonische eikenhouten vaten. Het waren de jaren van de economische bloei in Italië: wijnbouw en vinificatie werden steeds meer gemechaniseerd, rationeel en gespecialiseerd. Na 35 jaar de hoofdwijnmaker te zijn geweest, gaf Aldo het stokje over aan zijn zoon Walter. De wijngaarden waarop nog geen nebbiolo aangeplant stond, werden herplant en sindsdien richt het domein zich volledig op de teelt van nebbiolo.


